Waarom je nooit minder dan een kwart tank moet hebben

Rijden tot het laatste restje brandstof is voor veel automobilisten een normaal onderdeel van het dagelijks leven. Ze vullen de tank pas bij wanneer het waarschuwingslampje al kilometerslang brandt en de naald onderaan de schaal staat. Maar automonteurs zijn het er unaniem over eens: deze gewoonte is de snelste weg naar kostbare reparaties die gemakkelijk te voorkomen waren.

Maar hoeveel brandstof moet er nu echt in de tank zitten om problemen te voorkomen? Het antwoord is verrassend simpel en kan je duizenden euro’s besparen.

De gouden regel voor je tank

Autokenners adviseren over het algemeen om je brandstoftank zo vol mogelijk te houden, zeker tijdens koudere maanden. De belangrijkste reden hiervoor is het verminderen van condensatie in de tank, wat voorkomt dat er water zich ophoopt.

Je hoeft echter niet constant naar het tankstation te rijden. Monteurs geven een eenvoudigere richtlijn die problemen effectief voorkomt:

  • Normale omstandigheden: Zorg dat je tankniveau altijd tussen een kwart en vol is. Dit beschermt de brandstofpomp optimaal en elimineert vrijwel elke kans dat je ooit zonder komt te zitten.

Wat te doen in extreme situaties

In bepaalde omstandigheden is het zelfs raadzaam om een hoger niveau aan te houden – denk aan minstens de helft van de tank.

Dit is vooral relevant in de winter, wanneer hevige sneeuwval, sneeuwstormen of andere uitdagende weersomstandigheden worden voorspeld. Een grotere hoeveelheid brandstof is een garantie voor je veiligheid. Als je vast komt te zitten in een sneeuwduin of in een file, ver van hulp, heb je voldoende brandstof om de verwarming van je auto langdurig te laten draaien.

Is rijden op ‘reserve’ schadelijk?

Ja, absoluut. Het meest kwetsbare onderdeel hierbij is de brandstofpomp. In de meeste moderne auto’s is deze in de tank zelf gemonteerd. De pomp wordt gesmeerd en, cruciaal, gekoeld door de omringende brandstof.

Wanneer het brandstofniveau onder het minimum zakt, komt de pomp in extreme omstandigheden terecht. Hij krijgt niet genoeg koeling, raakt oververhit en slijt daardoor veel sneller.

Natuurlijk, je auto zal niet meteen kapot gaan als je een keer vergeet te tanken. Het probleem treft vooral bestuurders die dit structureel doen: die regelmatig rijden met het waarschuwingslampje aan en pas op het laatste moment bijvullen. Naast oververhitting kan de pomp bij een laag peil ook lucht “happen” tijdens bochten. Dit zorgt voor een schokkerige brandstoftoevoer en een onregelmatig motortoerental.

Waarom je nooit minder dan een kwart tank moet hebben - image 1

De kosten van nalatigheid

Het vervangen van een brandstofpomp is geen goedkope grap. De prijs van een nieuwe pomp, inclusief installatie, kan variëren van €200 tot wel €700, afhankelijk van het automodel. Bij premium automerken kan dit bedrag nog aanzienlijk hoger uitvallen.

Maar er is een extra gevaar: de ophoping van vervuiling op de bodem van de tank. Na verloop van tijd verzamelen zich daar onvermijdelijk sedimenten: roestdeeltjes, metaalspanen en ander vuil. Onder normale omstandigheden wordt de brandstof uit het hogere deel van de tank aangezogen, waardoor deze deeltjes rustig op de bodem blijven liggen.

De situatie verandert dramatisch wanneer het brandstofniveau tot het minimum is gezakt. De pomp begint dan alles op te zuigen wat zich op de bodem bevindt, inclusief het verzamelde vuil.

De gevolgen kunnen ernstig zijn:

  • Verstopping van het brandstoffilter.
  • Beschadigde injectoren. Dit zijn al zeer kostbare onderdelen – de vervanging ervan, met name bij dieselmotoren, kan duizenden euro’s kosten.

Wat betekent ‘reserve’ in een auto nu echt?

Veel mensen denken ten onrechte dat de reserve een soort extra, aparte brandstoftoevoer is. Niets is minder waar. Zodra het lampje gaat branden, blijven er simpelweg de laatste 5 tot 10 liter brandstof over in de tank (afhankelijk van de auto).

Dit betekent dat de maximale afstand die je nog kunt afleggen ongeveer 50 tot 100 kilometer is, hoewel het exacte aantal sterk afhangt van de motorinhoud en je rijstijl.

Naast mechanische schade, houdt ook de elektronica niet van ‘reserverijden’. Het motorregelapparaat (ECU) kan storingen in het brandstofsysteem detecteren en het ‘Check Engine’-lampje op het dashboard laten branden. Vuildeeltjes of luchtbellen uit de bodem van de tank veroorzaken overslaande ontstekingen (storingen in de cilinderwerking), verhogen de temperatuur van de brandstof in het systeem en verlagen de inspuitdruk.

Het meest vervelende is dat deze problemen kunnen blijven bestaan, zelfs nadat je de tank hebt gevuld, omdat de vervuiling al in het systeem is terechtgekomen. Om dergelijke storingen te verhelpen, is vaak niet alleen diagnose, maar ook het wissen van foutcodes in een servicecentrum nodig – wat wederom geld kost.

Zorg dus goed voor je auto en gooi op tijd de tank vol. Dat kleine beetje extra moeite bespaart je uiteindelijk een hoop ellende en geld!

Hoe vaak tank jij normaal gesproken bij? Laat het ons weten in de reacties!

Plaats een reactie