Was u ook in de veronderstelling dat de Europese Unie eindelijk de deuren zou sluiten voor Chinese auto’s en de spierballen zou tonen? Dan heb ik slecht nieuws. Brussel sprak luidkeels over een ‘ijzeren muur’, maar in de praktijk is gekozen voor een slimmere, stille compromis. Op het eerste gezicht geen invoerrechten, geen oorlog. Van dichterbij bekeken: een zeer verfijnd spel waarbij Europa zich streng voordoet, China zich gehoorzaam voordoet, en de uiteindelijke rekening toch door de consument betaald wordt.
De ‘prijsafspraak’ truc: invoerrechten op papier, vrijheid in de praktijk
De afgelopen maanden toonde de Europese Commissie demonstratief cijfers: tot 35% invoerrechten op Chinese elektrische auto’s, strijd tegen subsidies, eerlijke concurrentie. Het klonk als een handelsoorlog. Maar handel, in tegenstelling tot politieke verklaringen, houdt niet van leegte. En hier kwam de oplossing die het hele spel in feite veranderde.
Geen enorme douanetarieven meer, maar een minimale prijsgrens
In plaats van Chinese fabrikanten enorme douanetarieven te laten betalen aan de grens, stelde Brussel een zogenaamd ‘prijsafspraak’ voor. Klinkt saai, maar in de praktijk is dit een revolutie. Het idee is simpel: Chinese elektrische auto’s mogen niet goedkoper verkocht worden dan een vastgestelde minimumprijs. Als u hiermee akkoord gaat, worden invoerrechten geen probleem meer.
Officieel zou dit prijsdumping moeten tegengaan en ‘Europese fabrikanten moeten beschermen’. Officieus betekent dit dat Chinese auto’s zonder problemen de markt blijven overspoelen, maar dan met enigszins aangepaste prijzen. Met andere woorden, de muren spreken van opgetrokken, maar de poorten staan wijd open.
Dus, Chinese auto’s goedkoop? Het korte antwoord is nee
Het plan van Brussel is zo ontworpen dat Chinese modellen niet ’te goedkoop’ zullen zijn. Hun prijs moet dichter bij die van Europese tegenhangers komen te liggen. Verwacht dus geen wonderen – een Chinese elektrische SUV wordt geen stadsauto voor Dacia-prijzen.
Maar hier schuilt een ander detail, waarover stiller gesproken wordt. Invoerrechten zijn een belasting die naar de begroting gaat. Een minimumprijs betekent dat het geld bij de fabrikant blijft. En dit geld kan hij ’teruggeven’ aan de koper via een betere uitrusting, langere garantie, of agressievere marketing. Het resultaat? Op papier wint Europa, in de praktijk blijven Chinese auto’s extreem concurrerend.

Het grootste paradox: de eerste die ervan profiteerde, waren geen Chinezen
Ironisch genoeg was het niet de Chinese reus, maar een Europese fabrikant die deze oplossing in de praktijk ‘probeerde’. De elektrische Cupra Tavascan, geproduceerd in China, wordt nu al met meer dan 20% invoerrechten belast. Europeanen begrepen zelf dat er in dit spel geen plaats is voor sentiment – als je in China produceert, gelden dezelfde regels.
Dit onthult een onaangename waarheid: de EU bestrijdt niet alleen China, maar ook de beslissingen van zijn eigen fabrikanten, die al lang de grenzen van het continent hebben overschreden.
China’s aanpassing sneller dan Brussel verwachtte
Terwijl Europa debatteerde over tarieven, veranderden Chinese fabrikanten in stilte hun strategie. Cijfers spreken voor zich – vorig jaar werden er meer dan 812.000 auto’s van Chinese fabrikanten in Europa verkocht. Dat is bijna twee keer zoveel als het jaar ervoor.
Hoe slaagden ze daarin, terwijl de markt voor elektrische auto’s duidelijk stagneerde? Het antwoord is simpel: ze richtten zich op plug-in hybrides. Voor deze categorie zijn de tarieven voorlopig veel milder. Bovendien begonnen de Chinezen actief fabrieken te plannen op EU-grondgebied, met name in Oost-Europa, en boden ze modelen met verbrandingsmotoren moediger aan.
Wat nu? Europa wint tijd, China wint de markt
Brussel kan nu zeggen dat de ‘situatie onder controle is’. Officieel, ja. Officieus heeft China laten zien dat het sneller kan aanpassen dan de regels worden opgesteld. Europa heeft tijd gekregen, maar zal het gebruiken om zijn industrie te versterken, of alleen maar de onvermijdelijke concurrentie uitstellen? Dat is een open vraag.
Eén ding is nu al duidelijk: de praatjes over een ‘zachtaardig Europa’ zijn niet helemaal uit de lucht gegrepen. Het is geen capitulatie, maar ook geen overwinning. Het is een stille compromis, waarbij iedereen doet alsof hij gewonnen heeft, en de uiteindelijke prijs, zoals zo vaak, door de gewone automobilist betaald wordt.
Wat vindt u hiervan? Is dit een verstandige zet van de EU, of een gemiste kans?